A  G  R  O  R  G  A  N  I  C
O  R  G  A  N  I  C    A  G  R  I  C  U  L  T  U  R  E

Visie


"Streven naar een duurzame, organische landbouw is streven naar het produceren van voedingsmiddelen op een milieubesparende wijze."


Als gevolg van een sterk groeiende wereldbevolking en een opkomende consumptiemaatschappij is het landbouw-productiesysteem in de afgelopen zestig, zeventig jaar sterk veranderd. Voedselkwantiteit kreeg door deze ontwikkeling voorrang boven voedselkwaliteit, en hulpmiddelen als kunstmeststoffen, gewas-beschermingsmiddelen en additieven deden hun intrede om de natuur een handje te helpen in de groeiende vraag naar naar meer toegankelijk, en immer beschikbaar voedsel. Er ontstond een onafhankelijkheid van seizoensgebonden gewassen, en zelfs de natuur leek "maakbaar", geheel in overeenstemming met onze gekozen manier van leven.

Kunstmeststoffen bevorderen groei door toediening van nutriënten die de plant nodig heeft. Echter, een goede organisch bemeste grond bevoorraad de plant met dezelfde nutriënten op het moment dat een gewas daar werkelijk behoefte aan heeft. (slow release) Een te snelle groei, zoals het geval is bij de toediening van kunstmest, gaat ten koste van de natuurlijke ontwikkeling van de plant, de smaak en uiteindelijk ook de voedingswaarde. Gewasbeschermingsmiddelen als pesticiden/insecticiden bieden tijdelijke bescherming, maar hebben voornamelijk bestaansrecht omdat de plant door een geforceerde groei in monoculturen dusdanig verzwakt is, en daarom geen natuurlijke resistentie tegen ziekten en plagen meer op kan bouwen. Er vindt geen natuurlijke selectie meer plaats waardoor de plantensoort degenereert. 

Het gevolg van dit "moderne" landbouw-productiesysteem, wat pas enkele decennia bestaat, is een sterke disbalans in het ecologisch evenwicht. De steeds moeilijker te onderdrukken ziekten en plagen zijn symptomen van deze disbalans, en zouden als leidraad moeten dienen naar een oorzakelijk verband. Een slecht gevoede en onderhouden bodem met een laag organische stof-gehalte is veelal de oorzaak van een kwetsbaar gewas, waardoor ziekten en plagen in de natuur de functie aannemen om de verzwakte plant op te ruimen. De natuur corrigeert als het ware ons slechte rentmeesterschap. 

Als laatste middel in de drang om de natuur te kunnen controleren worden steeds vaker genetisch gemanipuleerde gewassen ingezet. Deze lijken een oplossing te bieden, en kunnen tijdelijk hulp bieden bij resistentie-problematiek of nutriënten-tekorten, maar GMO's zijn vooral op langere termijn sterk afhankelijk van o.a. kunstmeststoffen. Door veelvuldig gebruik van kunstmeststoffen wordt de bodem niet gevoed, zoals in een duurzaam, organisch systeem, maar uitgeput. Bovendien raken de Fosforreserves op en is er, voor de productie van kunstmest, veel fossiele brandstof nodig. Om te kunnen overleven in een natuurlijke omgeving vraagt een GMO gewas ook steeds meer "bescherming" van chemische gewas-beschermingsmiddelen, en blijkt het uiteindelijk toch erg kwetsbaar. De "maakbaarheid" en de "kunstmatige natuur" die hier gecreëerd wordt, overleeft het uiteindelijk toch niet, en laat haar sporen na. Deze opportunistische wijze van landbouw heeft grote gevolgen voor de volksgezondheid, en inmiddels is duidelijk dat de residuen die bovengenoemde "hulpmiddelen" achterlaten een zware wissel trekken op de voedselkringloop en op ons leefmilieu. Hedendaagse welvaartsziekten lijken dan ook voor een groot gedeelte toegeschreven te kunnen worden aan de wijze waarop we ons voedsel produceren, verwerken en bewerken. 

In duurzame, organische landbouw-productiesystemen wordt rekening gehouden met milieubelasting op langere termijn. Landbouwgrond als meest kostbaar productiemiddel wordt op een natuurlijke wijze van voedingstoffen voorzien, zodat gewassen kwaliteit (lees voedingswaarde) behouden, en natuurlijke resistentie kunnen opbouwen. Ziektesymptomen in gewassen worden gezien als uiting van een onderliggende oorzaak, en niet als een op zichzelf staand fenomeen. Wanneer deze oorzaak (veelal gelegen in een slechte conditie van de bodem) onderkend en aangepakt wordt, verliezen de ziektesymptomen vanzelf hun functie en vindt er een herstel in plant-gezondheid plaats.

 

 "Om op een duurzame, organische manier landbouw te kunnen bedrijven is geen filosofische, maar een praktische instelling noodzakelijk."


Een levende, vruchtbare bodem met een juiste verhouding tussen mineralen, lucht, water en humus is essentieel voor de productie van een gezond en krachtig gewas. De toevoeging van organische mest, compost en eventueel natuurlijke bodemverbeteraars, de toepassing van groenbemesters (N-en CO2 binding) en een zorgvuldig bodembeheer zorgen voor deze levende, vruchtbare bodem. Er wordt een bodemklimaat geschapen waarbij organische meststoffen onder invloed van zuurstof op een natuurlijke wijze mineralen afgeven aan de plant. De bodem wordt eerst gevoed, en vervolgens pas de plant. Sinds zo'n zeventig jaar geleden zijn we onze gewassen pas direct gaan "voeden" met kunstmeststoffen. Voor die tijd voedden we eerst de bodem, die vervolgens de nutriënten gedoseerd overbrachten naar het gewas. Gemengde bedrijven waren hiervoor ingericht. Om het bodemleven niet te verstoren is het verder zaak om de grond zo weinig mogelijk te bewerken. Hierdoor wordt humusvorming bevorderd wat voeding is voor micro-organismen. Deze zijn weer verantwoordelijk zijn voor de bodemstructuur. (humus is traag afbreekbare organische stof) Samen met de verhoudingen tussen de beschikbare mineralen bepaald het humusgehalte de gezondheid van landbouwgrond.

Micro-organismen in een gezonde bodem hebben daarnaast ook veel invloed op het groeiproces van de plant, of m.a.w. het fotosynthese-proces. Ook na de oogst worden achtergebleven gewas-resten onder invloed van micro-organismen verteerd, en worden de voedingsstoffen hieruit (organische stof) beschikbaar gemaakt voor een vervolggewas, Op deze wijze ontstaat een vlot verlopende kringloop met een constante aanvoer van natuurlijk opneembare voedingsstoffen voor de plant. CO2 wordt in een duurzaam, organisch landbouwsysteem bovendien gebonden omdat de bodem veelal bedekt blijft door het gebruik van groenbemesters. Deze groenbemesters dragen ook bij aan de toevoer van organische stof in de bodem en zijn als vlinderbloemigen in staat om Stikstof uit de lucht te binden en beschikbaar te maken voor de plant.

In de toekomst zal, naast een betere verdeling van het totaal aan geproduceerd voedsel, de nadruk vooral moeten komen te liggen op de teelt van meerjarige gewassen voor directe menselijke consumptie, en op het opnieuw ontginnen van verwaarloosde, geërodeerde gronden.  Zolang de landbouw een circulair karakter heeft en vooral ook de bio-diversiteit in stand houdt, hoeft echter ook grootschalige landbouw niet uitgesloten te worden. Grootschaligheid is tenslotte, wanneer het verantwoord gebeurd, niet meer dan het dupliceren van een productiesysteem.

Grootschalige akkerbouw in combinatie met dierhouderij hoort echter thuis in die landen waarvoor er ook de ruimte bestaat. De geproduceerde dierlijke mest heeft daar, i.t.t. de vaak niet-grondgebonden bedrijven in Nederland, een functie in een circulair, lokaal systeem. Dit omdat landbouwgrond, wanneer het niet overvoerd wordt, altijd gebaat is bij goede dierlijke mest. Nog meer vlees produceren dan wat we nu al doen is echter geen optie. Er is simpelweg geen ruimte voor de productie van meer veevoer, ook niet voor biologisch geproduceerd veevoer. Met oog op de groeiende wereldbevolking zal er meer voedsel geproduceerd moeten gaan worden wat bestemd is voor directe menselijke consumptie. Niet meer calorieën per hectare, maar meer variëteit in voedingswaarde. In haar grootschaligheid zal de landbouw zich daarom opnieuw moeten aanpassen binnen de natuurlijke, geografische omstandigheden, en zal het een weg moeten zien te vinden zonder de input van de hoeveelheid aan fossiele brandstoffen (kunstmest) en chemische gewas-beschermingsmiddelen zoals het dat gewend was. Grootschalige landbouw zal echter niet verdwijnen. Van oudsher ontstond er zo een "graanschuur"  in centraal Europa en is er een florerende groente en fruitteelt op de Balkan ontstaan omdat de klimatologische omstandigheden ter plekke passend zijn voor deze teelten.

Landbouw is niet voor niets geografisch bepaald, sluit grootschaligheid daarom niet uit, maar is tevens niet maakbaar. Wanneer we met de natuur "mee bewegen" krijgen we er het meeste voor terug. Dit geldt zeker in de land-en tuinbouw waar ecologie en economie sterk met elkaar verbonden zijn. Dat het landbouw-productiesysteem opnieuw ingericht moet worden is duidelijk. Het groeiend bewustzijn wat betreft de relatie van voeding tot ziekte en gezondheid, in combinatie met de actuele milieu- en klimaatproblematiek, maken dit noodzakelijk. 

Kiezen voor duurzame, organisch productiemethoden is kiezen voor een werkwijze waarop op een intelligente manier het natuurlijke proces gevolgd en gestuurd wordt. Het begrijpen en het volgen van deze natuurlijke processen kost wat meer moeite en tijd zoals we dat gewend waren in de laatste zes, zeven decennia. Het rendement, de nalatenschap en de voldoening op langere termijn zijn echter groot !


Dim Boonstoppel

Arnhem, zomer 2020


"Want alles wordt proefondervindelijk gedaan, men dringt niet rationeel in het proces door. En dat is nu juist de eerste voorwaarde waar we aan moeten voldoen, willen we op aarde ook in de toekomst nog iets van de grond krijgen." 

Uit: Geisteswissenschaftliche Grundlagen zum Gedeihen der Landwirtschaft. Rudolf Steiner 1924